In 2007 woog hij nog 120 kilo maar vandaag de dag is deelnemer Burdie een ware triatheet. Na een keuring voor zijn werk destijds bleek dat zijn bloeddruk en cholesterolgehalte veel te hoog waren. Zijn huisarts zei: “Bert, wil je oud worden of doorgaan zoals nu met alle gevolgen van dien?” Die keuze was niet moeilijk. Bert bleek een fervent sporter. Nu weegt hij 85 kilo en heeft hij de Kamperlandse triathlon gedaan. “Ik ben triathleet. Ik ben een van hen.”
Bert werd in 2008 doorverwezen naar de fysiotherapeut die hem middels cardiofitness in beweging liet komen. Bert: “Ik liep al ras buiten een of twee uur te wandelen, toen iemand mij attent maakte op Start to Run met Evy.” Daar is hij in het voorjaar van 2009 mee begonnen en na tien weken liep hij de 5 km uit. Dat was pas het begin want hij zocht gelijk een nieuwe uitdaging. Na veel speuren vond hij die in de triathlon, dus sloeg hij aan het trainen: “Begin 2010 heb ik een zwemloop gedaan van 500 meter zwemmen en 5 km lopen. Bij de triathlon komt het fietsen erbij. Ik heb een mooie racefiets gekocht met kleding, een fietsclinic gevolgd en ben weer flink gaan trainen.” Begin juli van dit jaar zou hij zijn eerste 1/8 triathlon doen. Oftewel, 500 meter zwemmen, 20 km fietsen en 5 km hardlopen: “door dom gedoe van mijzelf stootte ik mijn grote teen en kon ik deze niet doen.” Na het laten genezen van zijn teen besloot hij zich in te schrijven voor de marathon van Kamperland. Op 7 augustus heeft Bert deze uitgelopen.
Noodweer
Thuis scheen de hele dag de zon maar onderweg werd het al snel donkerder. De spetters werden al snel druppels en bij aankomst was het noodweer. “Gelukkig is zwemmen het eerste onderdeel van de triathlon dus maakt het toch niet uit dat je nat bent.” In de stromende regen maakte Bert zijn fiets klaar voor de wedstrijd, kleedde hij zich om in een benauwde auto en legde hij zijn fiets- en loopkleding in de parc-fermé. Gelukkig stopte het toen met regenen. Een volgende uitdaging was bij de start in het water komen: “Dat was 500 meter hardlopen, en door zout water, grind, kiezels, schelpen, mosselen, krabbetjes en zeewier ploeteren. Vervolgens nog 5 minuten wachten tot het startschot klonk.”
“Laat je niet gek maken”
Vervolgens leek het meer op een bokswedstrijd dan op een zwemwedstrijd: “Een hondertal atleten zwommen om me heen, de een sneller dan de ander. Ik had het gevoel dat ik knockout ging tussen al die mensen. Ik kwam er wel achter dat het verstandiger was langs mijn voorganger te zwemmen in plaats van tussen zijn benen door.” Na dertien minuten trok hij al zijn sokken aan en sprong hij op de racefiets. Het ging lekker. Eerst een recht stuk, vervolgens een bocht naar links alwaar een collega-atleet langs hem zoefde: “Ik dacht Bert, laat je niet gek maken. Je moet nog 19 km fietsen en dan nog hardlopen. Ik probeerde rond 27 km per uur te fietsen, wat wel lukte. Met wind tegen en berg op gaat het iets langzamer maar met rondjes heb je ook altijd weer wind mee waardoor je zo’n 34 km per uur gaat.”
“Ik wist dat ik het ging redden”
Hij arriveerde weer bij het parc-fermé alwaar hij zijn fiets inleverde om zijn loopschoenen aan te doen. “Ik begon rustig om kramp te voorkomen. Het eerste stuk was over camping de Schotsman, vervolgens ging de route het bos in over lange ruiterpaden. Ondanks het vermijden van paardenstront was het een vrij saai stuk.” Nadat hij het bos uit kwam was hij blij: “Ik wist dat ik het ging redden! Mijn horloge ging trillen om mijn pols en dat betekent dat het langer was dan 5 km. Een man met een vlag schiep niet veel duidelijkheid. Was het nou 500 meter of 1500 meter?” De moed zakte in zijn schoenen omdat het limiet op 2 uur ligt en er was al 1:45 voorbij. “Mijn bovenbenen deden pijn en voelden als lood maar ik ging een bocht door en daar was ineens de finish! Ik zag mijn schatje in een nieuw geel jasje staan dus daar ging ik als een kanarie op af. De camera’s flitsten en uit de luidsprekers hoorde ik: Daar is hij, Bert Bosch, debutant op de triathlon, en hij gaat finishen!” Hij had het gehaald binnen de tijd. “Mijn zoon stond klaar met een Kit Kat en ik was moe en apetrots. Want ik ben triathleet.”
“Ik ben een van hen”
Bert was weer opgeknapt na een lekker nachtje slapen. De dag waar hij voor had getraind de laatste tijd zit erop. Nu is het tijd voor een nieuwe uitdaging. Want dat geweldige gevoel bij de finish na het uitlopen van zo’n wedstrijd smaakt naar meer. “Ik ga weer oefenen en oefenen. Mijn volgende doel is mijn persoonlijke record van 1:52.50 verbeteren. Van 98 triathleten was dit de laatste tijd maar een ding is zeker: ik ben een van hen.”
Wil jij weten of je gezond eet bij het sporten? Neem een Special Care-abonnement en vraag het ons. Sluit hier direct een Special Care-abonnement af!
Bert werd in 2008 doorverwezen naar de fysiotherapeut die hem middels cardiofitness in beweging liet komen. Bert: “Ik liep al ras buiten een of twee uur te wandelen, toen iemand mij attent maakte op Start to Run met Evy.” Daar is hij in het voorjaar van 2009 mee begonnen en na tien weken liep hij de 5 km uit. Dat was pas het begin want hij zocht gelijk een nieuwe uitdaging. Na veel speuren vond hij die in de triathlon, dus sloeg hij aan het trainen: “Begin 2010 heb ik een zwemloop gedaan van 500 meter zwemmen en 5 km lopen. Bij de triathlon komt het fietsen erbij. Ik heb een mooie racefiets gekocht met kleding, een fietsclinic gevolgd en ben weer flink gaan trainen.” Begin juli van dit jaar zou hij zijn eerste 1/8 triathlon doen. Oftewel, 500 meter zwemmen, 20 km fietsen en 5 km hardlopen: “door dom gedoe van mijzelf stootte ik mijn grote teen en kon ik deze niet doen.” Na het laten genezen van zijn teen besloot hij zich in te schrijven voor de marathon van Kamperland. Op 7 augustus heeft Bert deze uitgelopen.
Noodweer
Thuis scheen de hele dag de zon maar onderweg werd het al snel donkerder. De spetters werden al snel druppels en bij aankomst was het noodweer. “Gelukkig is zwemmen het eerste onderdeel van de triathlon dus maakt het toch niet uit dat je nat bent.” In de stromende regen maakte Bert zijn fiets klaar voor de wedstrijd, kleedde hij zich om in een benauwde auto en legde hij zijn fiets- en loopkleding in de parc-fermé. Gelukkig stopte het toen met regenen. Een volgende uitdaging was bij de start in het water komen: “Dat was 500 meter hardlopen, en door zout water, grind, kiezels, schelpen, mosselen, krabbetjes en zeewier ploeteren. Vervolgens nog 5 minuten wachten tot het startschot klonk.”
“Laat je niet gek maken”
Vervolgens leek het meer op een bokswedstrijd dan op een zwemwedstrijd: “Een hondertal atleten zwommen om me heen, de een sneller dan de ander. Ik had het gevoel dat ik knockout ging tussen al die mensen. Ik kwam er wel achter dat het verstandiger was langs mijn voorganger te zwemmen in plaats van tussen zijn benen door.” Na dertien minuten trok hij al zijn sokken aan en sprong hij op de racefiets. Het ging lekker. Eerst een recht stuk, vervolgens een bocht naar links alwaar een collega-atleet langs hem zoefde: “Ik dacht Bert, laat je niet gek maken. Je moet nog 19 km fietsen en dan nog hardlopen. Ik probeerde rond 27 km per uur te fietsen, wat wel lukte. Met wind tegen en berg op gaat het iets langzamer maar met rondjes heb je ook altijd weer wind mee waardoor je zo’n 34 km per uur gaat.”
“Ik wist dat ik het ging redden”
Hij arriveerde weer bij het parc-fermé alwaar hij zijn fiets inleverde om zijn loopschoenen aan te doen. “Ik begon rustig om kramp te voorkomen. Het eerste stuk was over camping de Schotsman, vervolgens ging de route het bos in over lange ruiterpaden. Ondanks het vermijden van paardenstront was het een vrij saai stuk.” Nadat hij het bos uit kwam was hij blij: “Ik wist dat ik het ging redden! Mijn horloge ging trillen om mijn pols en dat betekent dat het langer was dan 5 km. Een man met een vlag schiep niet veel duidelijkheid. Was het nou 500 meter of 1500 meter?” De moed zakte in zijn schoenen omdat het limiet op 2 uur ligt en er was al 1:45 voorbij. “Mijn bovenbenen deden pijn en voelden als lood maar ik ging een bocht door en daar was ineens de finish! Ik zag mijn schatje in een nieuw geel jasje staan dus daar ging ik als een kanarie op af. De camera’s flitsten en uit de luidsprekers hoorde ik: Daar is hij, Bert Bosch, debutant op de triathlon, en hij gaat finishen!” Hij had het gehaald binnen de tijd. “Mijn zoon stond klaar met een Kit Kat en ik was moe en apetrots. Want ik ben triathleet.”
“Ik ben een van hen”
Bert was weer opgeknapt na een lekker nachtje slapen. De dag waar hij voor had getraind de laatste tijd zit erop. Nu is het tijd voor een nieuwe uitdaging. Want dat geweldige gevoel bij de finish na het uitlopen van zo’n wedstrijd smaakt naar meer. “Ik ga weer oefenen en oefenen. Mijn volgende doel is mijn persoonlijke record van 1:52.50 verbeteren. Van 98 triathleten was dit de laatste tijd maar een ding is zeker: ik ben een van hen.”
Wil jij weten of je gezond eet bij het sporten? Neem een Special Care-abonnement en vraag het ons. Sluit hier direct een Special Care-abonnement af!
Ook reageren? Het reactieformulier staat onderaan de pagina













en bewondering










